4. Zo maak je een goede quizvraag
Vraag naar een belangrijke keuze en maak duidelijk waarom één antwoord het beste past.
Geschreven door Martijn
Laatst bijgewerkt 10 minuten geleden
Een goede quizvraag gaat over iets wat je collega in het werk moet begrijpen of kunnen afwegen. Je leert er meer van dan van een vraag naar een los jaartal, een kaartnummer of een toevallig detail uit de tekst.
Bedenk eerst wat je wilt oefenen. Schrijf daarna de vraag en het goede antwoord. Maak pas dan de andere antwoordopties.
Kies eerst waarvoor de vraag dient
Bij nieuwe uitleg kijk je of je collega het belangrijkste heeft begrepen. Vóór een lesdag laat je voorkennis bovenkomen. Na afloop laat je de behandelde stof opnieuw ophalen. Een vraag kan dus ook gewoon gaan over een wijziging, een begrip of de hoofdlijnen van een lesdag.
Een mening ophalen kan ook, maar gebruik daarvoor een poll. Een poll heeft geen goed antwoord en bewijst geen kennis.
Begin bij een herkenbare situatie
Gebruik genoeg informatie om de vraag te kunnen beantwoorden. Laat bijzaken weg. Geef duidelijk aan wat je vraagt: de eerste stap, de ontbrekende informatie of de formulering die het beste bij de situatie past.
In de NBME-gids voor toetsvragen staat een bruikbare controle: dek de antwoorden af. Is dan nog duidelijk wat de vraag is? Zo voorkom je dat iemand eerst tussen de opties moet zoeken naar wat je eigenlijk bedoelt (NBME, 2024).
Een voorbeeld voor alle diensten
Je collega heeft tijdens een oefening twee personen uit een gebouw zien komen. Er is verder geen informatie over wie er binnen zijn. Je wilt laten oefenen met het verschil tussen een waarneming en een aanname.
Welke boodschap geeft het duidelijkst weer wat je collega op dit moment weet? Kies één antwoord.
- A. ‘Ik zag twee personen naar buiten komen. Of er nog iemand binnen is, weet ik niet.’
- B. ‘Er kwamen twee personen naar buiten. Het gebouw is daardoor waarschijnlijk leeg.’
- C. ‘Er kwamen twee personen naar buiten. Er zit vermoedelijk nog iemand binnen.’
Kies eerst zelf. Lees daarna de uitleg.
A past het beste. De boodschap vertelt wat is gezien en wat nog niet bekend is. B en C voegen een vermoeden toe dat niet uit de gegeven informatie volgt. De vraag gaat om zorgvuldig formuleren, niet om een besluit over het betreden van een gebouw.

Maak verkeerde antwoorden geloofwaardig
Een bruikbare verkeerde optie laat een denkfout zien die echt kan voorkomen. Hier voegen B en C allebei een onbevestigde conclusie toe. Dat geeft je iets om uit te leggen.
Vermijd onzinopties. Je leert weinig van een keuze die alleen goed gaat doordat de andere antwoorden belachelijk zijn. Geef de juiste optie ook niet weg door die veel langer, preciezer of netter te formuleren dan de rest.
In een oefenquiz kun je met drie antwoordopties beginnen. Voeg alleen een extra optie toe als die inhoudelijk iets toevoegt. Het aantal maakt de vraag op zichzelf niet goed of slecht.
Geef altijd de juiste uitleg
Verkeerde opties kunnen ook blijven hangen. Onderzoek naar meerkeuzetoetsen laat zien dat feedback kan helpen om die onjuiste informatie te corrigeren (Butler & Roediger, 2008). Geef daarom meer dan ‘goed’ of ‘fout’. Leg uit waarom het antwoord past en wat er aan de andere redenering ontbreekt.
Wanneer kies je een andere vraagvorm?
Wil je dat je collega zelf een overdracht formuleert? Laat die dan ook schrijven of vertellen. Alleen het juiste voorbeeld aanwijzen is een tussenstap.
Bij een korte invulvraag kun je een begrip laten noemen. Houd rekening met andere juiste schrijfwijzen. Een open uitleg beoordelen op één exact zinnetje werkt niet goed.
Een poll over ervaringen of meningen kan een gesprek openen. Daar zit geen vast goed antwoord aan. Gebruik de uitkomst dus niet als bewijs dat iemand de inhoud kent.
Laat iemand de vraag proberen
Vraag een collega om hardop te vertellen hoe die het antwoord kiest. Zijn twee opties te verdedigen? Voeg dan de ontbrekende voorwaarde toe of herschrijf de vraag. Een inhoudelijke discussie kan nuttig zijn, maar maak de antwoordkeuze niet afhankelijk van wat jij als maker toevallig in gedachten had.
De vraag klaar? In een quiz bouwen in 7taps lees je hoe je juiste antwoorden, feedback en herkansen instelt.
Bronnen
Butler, A. C., & Roediger, H. L. (2008). Feedback enhances the positive effects and reduces the negative effects of multiple-choice testing. Memory & Cognition, 36(3), 604-616. https://doi.org/10.3758/MC.36.3.604
NBME. (2024). Constructing written test questions for the health sciences: Item-writing guide (versie oktober 2024). Officiële gids
Was dit nuttig?
Meer in Microlearning: de basis
BegrippenToepassingenStart hier: wat kun je met microlearning?1. Wat wil je met deze learning bereiken?Nog hulp nodig? Vraag het team