Naar hoofdinhoud
Microlearning: de basis

9. Werkblad: maak je eigen microlearning

Van bedoeling naar kaarten, vragen, vervolgstap en een passende controle.

Geschreven door Martijn

Laatst bijgewerkt 5 minuten geleden

Vul dit werkblad in voordat je kaarten gaat maken. Korte antwoorden zijn genoeg. Het belangrijkste is dat je weet waarom deze learning er komt en wat je collega ermee gaat doen.

Een leeg notitieboek om een eerste leerontwerp uit te werken.
Foto: Kelly Sikkema via Unsplash. Gratis onder de Unsplash-licentie.

Vul dit voor je onderwerp in

  1. Voor wie is de learning? Wat weten deze collega’s al?
  2. Wat is de bedoeling? Uitleggen, verduidelijken, voorbereiden, activeren of herhalen? Kies de hoofdzaak.
  3. Wanneer krijgt je collega de learning? Bijvoorbeeld vóór een wijziging, een paar dagen vóór een lesdag of twee weken erna.
  4. Wat wil je bereiken? Schrijf in gewone woorden wat iemand na afloop begrijpt, kan uitleggen, oefent of als volgende stap doet.
  5. Welke inhoud hoort daarbij? Kies bij nieuwe uitleg een afgebakend onderwerp. Kies bij herhaling een paar samenhangende hoofdlijnen die al zijn behandeld.
  6. Welke bronnen gebruik je? Noteer eigenaar, titel, datum, versie en de plek waar de actuele bron staat. Wat moet een inhoudsdeskundige nog controleren?
  7. Wat doet je collega zelf? Schrijf één of meer vragen of opdrachten die bij de bedoeling passen.
  8. Welke antwoorden en uitleg horen daarbij? Noteer ook andere goede formuleringen en mogelijke misverstanden.
  9. Wat is de volgende stap? Schrijf de tekst van de eindknop en de bestemming op. Denk aan de ELO, een geselecteerde video, het actuele protocol of een opdracht voor de lesdag.
  10. Hoe controleer je of het werkt? Wie probeert inhoud en links? Welke uitkomst wil je nu en eventueel later bekijken?

Dit werkblad is een praktische ontwerpkeuze. Het combineert afstemming van doel en oefening, vraagontwerp en een duidelijke vervolgstap (Biggs, 1996; NBME, 2024; World Wide Web Consortium, z.d.-c).

Schets daarna de kaarten

  • Aanleiding: waarom krijgt je collega dit nu?
  • Inhoud: de nodige uitleg, een voorbeeld of een paar hoofdpunten.
  • Eigen poging: iets kiezen, uitleggen, herinneren of voorbereiden.
  • Feedback: de juiste uitleg en een eventuele verwijzing naar de bron.
  • Afronding: wat neemt je collega mee en wat is de volgende stap?

Pas de volgorde aan je doel aan. Een herhaling kan met een vraag beginnen. Bij nieuwe begrippen kan eerst uitleg nodig zijn. Een learning voor activatie bestaat niet alleen uit een knop: maak ook duidelijk waarom de vervolgactiviteit ertoe doet.

Laat een collega proberen

Vraag je proeflezer hardop te vertellen wat die denkt. Begrijpt die de bedoeling? Vraagt de oefening om de juiste kennis? Kloppen antwoord, bron en eventuele uitzonderingen? Is de learning haalbaar op een telefoon, ook zonder geluid?

Test de vervolglink met het soort account en toestel van de deelnemer. Controleer bij een protocol de actuele versie en de eigenaar. De softwarestappen staan in controleren vóór je deelt.

Als je AI gebruikt

Geef AI het ingevulde werkblad en alleen bronnen die je mag delen. Deze opdracht kun je overnemen:

Maak een eerste versie van een korte learning voor de doelgroep uit mijn werkblad. Schrijf in gewoon Nederlands, zoals collega’s met elkaar praten. Gebruik geen heldentaal, verkooppraat of lange gedachtestreepjes.

Houd rekening met de gekozen bedoeling en het moment. Maak van een voorbereiding geen examen en van een herhaling geen nieuwe les. Bij herhaling mogen meerdere samenhangende hoofdlijnen terugkomen. Werk bij activatie toe naar een duidelijke vervolgstap.

Gebruik de aangeleverde bronnen. Neem voorwaarden en uitzonderingen zorgvuldig over. Vraag het als informatie ontbreekt die het antwoord kan veranderen. Verzin geen vakregels, bronverwijzingen, softwarefuncties of goedkeuring van een deskundige.

Werk per kaart uit: tekst, eventuele vraag, passend antwoord, feedback en een functioneel beeldvoorstel. Schrijf bij een eindknop de tekst en bedoelde bestemming. Benoem ontbrekende links. Geef alleen een herhaalvoorstel als dat bij het doel past.

Zet gebruikte bronnen onderaan. Maak verzonnen oefensituaties herkenbaar. Benoem wat inhoudelijk gecontroleerd moet worden. Lever een concept, publiceer of verstuur niets.

Controleer het resultaat zelf en laat vakinhoud beoordelen door iemand die daar binnen de organisatie over gaat.

Als je dit aan een groep uitlegt

Laat iedereen eerst kiezen waarvoor die een learning wil maken. Bespreek daarna hoe voorbereiding, activatie en herhaling van elkaar verschillen. Laat ieder één vraag en één vervolgstap uitwerken. Een collega probeert die en vertelt wat duidelijk is en wat nog ontbreekt.

Kies daarna met de kaartkeuzehulp welk kaarttype bij iedere opdracht past.

Werk je met AI in 7taps? Lees vóór het invoeren van materiaal de voorwaarden en gegevensroute voor inhoud en AI.

Bronnen

Biggs, J. (1996). Enhancing teaching through constructive alignment. Higher Education, 32(3), 347-364. https://doi.org/10.1007/BF00138871

Dunlosky, J., Rawson, K. A., Marsh, E. J., Nathan, M. J., & Willingham, D. T. (2013). Improving students’ learning with effective learning techniques: Promising directions from cognitive and educational psychology. Psychological Science in the Public Interest, 14(1), 4-58. https://doi.org/10.1177/1529100612453266

NBME. (2024). Constructing written test questions for the health sciences: Item-writing guide (versie oktober 2024). Officiële gids

Pashler, H., Bain, P. M., Bottge, B. A., Graesser, A., Koedinger, K., McDaniel, M., & Metcalfe, J. (2007). Organizing instruction and study to improve student learning (NCER 2007-2004). National Center for Education Research, Institute of Education Sciences. https://ies.ed.gov/ncee/wwc/PracticeGuide/1

World Wide Web Consortium. (z.d.-c). Understanding success criterion 2.4.4: Link purpose (in context). Web Accessibility Initiative. Uitleg bij WCAG 2.2